Bram Vermeulen

journalist

Posts Tagged ‘PYD’

Syrie: de strijd binnen de strijd

De strijd tegen de Syrische president Assad is ontaard in een nieuwe oorlog waarin de rebellen om de macht in het veroverde gebied strijden. In het noorden van Syrie vechten Arabische strijders tegen Koerdische militanten. Ze krijgen hulp van de Turken. ,,De straten liggen vol met lijken.’’

Door onze correspondent Bram Vermeulen
CEYLANPINAR. Het hoofd van het Turkse grensdorp Ceylanpinar zet een plastic tas op zijn notenhouten bureau. „Dit is wat er hier allemaal de grens over kwam toen de troepen van Assad nog aan de andere kant van de grens aanwezig waren”, zegt Ismail Aslan en toont een granaatscherf zo groot als een liniaal.

De bommen van de Syrische luchtmacht vielen zo dicht bij de grens dat ze de ramen van de Turken braken, hun buitenmuren perforeerden en een dozijn dorpsgenoten verwondden. Die strijd tussen de regeringstroepen en het samenraapsel van gewapende burgers dat zich het Vrije Syrische Leger noemt, werd half november beslecht. De strijders wonnen, het leger trok zich terug.

De hand van het dorpshoofd verdwijnt opnieuw in de plastic zak. Hij haalt kogels tevoorschijn die zo groot zijn als de granaatscherven. Russisch luchtafweergeschut. Kaliber: 37 millimeter. „Dit is wat er nu ons dorp binnen vliegt. Acht dorpsgenoten raakten er al door gewond.”

Het Vrije Syrische Leger maakte deze wapens buit op het Syrische regeringsleger toen ze zich terugtrokken. De rebellen beschikken over twee tanks die nu worden ingezet tegen een nieuwe vijand: de strijders van de Koerdische PYD, de Syrische tak van de afscheidingsbeweging die in Turkije de PKK heet. Want zo is de nieuwe strijd binnen de strijd om Syrië. Niet langer zijn alleen de regeringstroepen loyaal aan president Assad het doelwit van het Vrije Syrische Leger. In dit deel van Noord-Syrië zijn de vijanden ook de gewapende strijders die geen Arabisch maar Koerdisch spreken. Evenzeer onderdrukt door veertig jaar vader en zoon Assad. Maar een vijand niettemin.

Poort
Het is niet voor niks dat die nieuwe strijd zich hier afspeelt op de Turks-Syrische grens. Ceylanpinar noemen de Turken deze grensovergang. Ras al-Ayn zeggen de Arabieren. Serekani, zeggen de Koerden. Een drielandenpunt, hoewel die landen op de officiële kaart niet bestaan. Dit is niet alleen de poort tot een van de vruchtbaarste, olierijkste en mineraalrijkste provincies van Syrië. Dit is ook de belangrijkste grensovergang voor wat Koerden zien als het westelijke deel van het land dat hun bij het verdrag van Lausanne in 1923 onthouden werd. Koerdistan is de droom van een volk dat verdeeld leeft over vier landen: Syrië, Irak, Iran en Turkije. „Dit gevecht is extreem belangrijk voor het lot van ons volk”, zei het hoofd van de Koerdische militante PYD deze week.

Het dorpshoofd van Ceylanpinar is een Koerd. Hij spreekt over „Arabische bendes” die het leven van de Koerden in Syrië nu onmogelijk maken. Hij heeft sterke aanwijzingen dat de Turkse autoriteiten de strijders van het Vrije Syrische Leger hand- en spandiensten verlenen. „Alleen Arabische gewonden worden in de ziekenhuizen opgenomen. Toen we de gouverneur erop aanspraken, zei hij dat de ziekenhuizen vol waren en dat Koerden voor problemen zouden zorgen.”

In het dorp wordt gezegd dat Turkse tanks aan de grens in de afgelopen weken meerdere malen het vuur openden op de Koerdische strijders. Dat durft het dorpshoofd niet te bevestigen. „Ik ben advocaat. Ik geloof wat ik met mijn eigen ogen zie. Maar ik heb wel gezien hoe het Vrije Syrische Leger onze kant op schiet om het Turkse leger uit te lokken en hen te betrekken bij de strijd tegen de Koerden.”

Niet alleen de Koerden zeggen dat. Zelfs de Turkse soldaten aan de grens geloven dat wapens en munitie vanuit Turkije aan het Vrije Syrische Leger worden geleverd. „Dat zijn onze kogels”, zegt een soldaat bij de grensovergang Akcakale, als tweehonderd meter verderop minutenlang salvo’s uit een machinegeweer klinken. „Ze komen van onze basis in Malatya en worden in vrachtwagens de grens over gebracht.”

De communicatie tussen het Vrije Syrische Leger en de Turken verloopt hier via een man met de naam ‘Sami’. Hij is een Turk die een t-shirt van het Vrije Syrische Leger draagt, journalisten de grens over smokkelt, dagelijks meevecht en naar eigen zeggen regelmatig contact heeft met de MIT, de Turkse geheime dienst. De Koerdische strijders van de PYD noemt hij voortdurend „terroristen”.

Sami ontkent dat het Turkse leger de strijders van wapens of kogels voorziet. „We hebben wapens genoeg. Die maken we buit op het Syrische leger. We beschikken nu over 50 helikopters. Alleen hebben we geen kerosine om ze te vliegen.”

De Koerden heulen met Bashar al-Assad, zo is de aanname hier. De Syrische president beloofde de Koerden zelfbestuur, in ruil voor steun in zijn strijd tegen de opstand. Haetham Mohamed was als strijder de afgelopen weken betrokken bij de strijd om Ras al-Ayn. 21 jaar, gedeserteerd uit het Syrische leger. „We hebben ruim zeventig mannen verloren in de strijd met de Koerden. Zij meer dan 400. De straten liggen vol lijken. Nu geven we elkaar de tijd om de doden te begraven. Maar dit staakt-het-vuren zal niet lang standhouden. Wij willen een nieuwe staat en daarin kan er maar één de baas zijn. Een vrouw kan ook niet met twee echtgenoten onder een dak wonen.”

Gemaskerde mannen
De sunnitisch-Arabische politici en de Koerden zoeken naar een oplossing. In de Turkse stad Urfa kwamen politici van beide partijen bijeen om over de verdeling van de macht in Noord-Syrië te praten. De politici kwamen overeen dat ze beter hun handen ineen kunnen slaan tegen Assad, dan tegen elkaar te vechten.

Maar het hoofd van de unie van Arabische stammen, Hamad Tallaa, vraagt zich af of het akkoord de strijders in toom kan houden. „Als God het wil. Wij zullen nooit toestaan dat Koerden de controle over Ras al-Ayn claimen. Dan vechten we terug.”

Hoe ver die strijd kan gaan ondervond hij deze week aan den lijve. In het holst van de nacht kwamen gemaskerde mannen zijn huis binnen en zetten hem een pistool op zijn hoofd. Tallaa vocht voor zijn leven en wist zijn aanvallers van zich af te houden.

Wie ze waren? „Ze spraken geen woord. Wie ze waren? Misschien agenten van Assad of [strijders van de Koerdische] PKK.” Zo is de nieuwe strijd om Syrië: niet langer tegen Assad alleen en niet langer binnen de grenzen van het land.

FIRST PUBLISHED: NRC Handelsblad 11-02-2013