Bram Vermeulen

journalist

Posts Tagged ‘Öcalan’

‘Voor de lente vrede in Turkije’

Door onze correspondent Bram Vermeulen

KOYA. Meneer Öcalan? „Ja, die komt hier wel eens boodschappen doen. Aardige man”, zegt Hawraz Akmet, terwijl de regen ongenadig op het dak van zijn groentewinkel in Koya in Noord-Irak klettert. Hij voert het gesprek tussen het inpakken van de bananen door. Deze dialoog zou ondenkbaar zijn in Turkije, aan de andere kant van de grens.

Na 29 jaar strijd en tienduizenden doden is in Turkije de naam die de groenteboer liet vallen net zo taboe als de man die hier zijn boodschappen doet. Osman Öcalan is niet alleen de broer van de gevangen leider van de Koerdische Arbeiderspartij, de PKK, in Turkije. Hij werd ook jarenlang gezien als de nummer twee van de PKK. Wie in Turkije alleen al durft te sympathiseren met de verboden beweging loopt gevaar. Maar in het Koerdische noorden van Irak voelt de jongere broer Öcalan zich zo veilig, dat hij zorgeloos de poort laat openstaan. Hij is hier thuis, zegt hij. „Dit is vrij Koerdistan, dat willen wij Turkse Koerden ook.”

Sinds de spectaculaire arrestatie van zijn broer Abdullah Öcalan in 1999 werd er in jaren niet zo veel gesproken over die vraag: wat willen de Turkse Koerden? En hoe kan een einde komen aan die eindeloze strijd die afgelopen zomer zijn bloedige hoogtepunt in meer dan 13 jaar bereikte? Voor het eerst sinds de arrestatie van Abdullah Öcalan spreken vertegenwoordigers van de Turkse regering rechtstreeks met de leider op zijn gevangeniseiland Imrali bij Istanbul. Volgens Turkse media zou de leider al een staakt-het-vuren hebben toegezegd. In ruil voor democratische hervormingen en lokaal bestuur voor de Koerden wil de Turkse regering dat de duizenden strijders in de kampen van Noord-Irak zich ontwapenen. „Radicale stappen zijn in aantocht”, koppen de kranten.

Maar de besprekingen zijn zo geheim dat er maar weinigen zijn die inzicht hebben in de werkelijke toezeggingen en beweegredenen van Abdullah Öcalan. Zijn broer Osman heeft de strijd decennialang van dichtbij beleefd. Hij sloot zich in 1978 aan bij de Koerdische Arbeidspartij PKK en nam in 1984 samen met zijn broer de wapens op tegen de Turkse staat. „Dit is een heel belangrijk moment in de geschiedenis. Ik verwacht voor het [Koerdische lentefeest] Nevruz vrede in Turkije”, zegt hij. „Premier Erdogan kan beter zorgen dat hij serieus is met deze onderhandelingen. Het Midden-Oosten is veranderd. Als Turkije werkelijk de leider wil zijn in het Midden-Oosten, dan moet hij een deal sluiten met de Koerden en ze de rechten geven waar ze om vragen.”

Op zijn schoot zit zijn pasgeboren zoon, Abdullah, genoemd naar zijn broer. Net als de grote Abdullah wordt de kleine liefkozend Apo genoemd. Hij houdt van zijn broer, zegt hij. Hij heeft om hem gehuild toen hij in 1999 geblinddoekt werd afgevoerd door Turkse commando’s, nadat hij zijn schuilplaats in Syrië had moeten ontvluchten en via maandenlange omzwervingen in Kenia terecht was gekomen.

Maar zijn broer en de beweging hielden niet altijd evenveel van Osman. In 1992 werd hij drie maanden vastgezet omdat hij buiten zijn broer om een deal zou hebben bekokstoofd met de leiders van de Koerden in buurland Irak. In 1994 verliet hij de bergen om met een vrouwelijke strijder te kunnen trouwen. Het is in de kampen voor de militanten streng verboden om relaties aan te gaan. Kort daarna keerde hij terug naar de kampen. Tien jaar geleden zei hij in een interview nog dat de PKK nooit zou ontwapenen „zolang het Koerdische vraagstuk niet is opgelost”.

Maar wat betekent dat? ,,We willen onderwijs in onze eigen taal. We willen onze eigen tv-kanalen”, zegt hij beslist. Maar juist op die terreinen maakte deze Turkse regering meer vooruitgang dan elk van zijn voorgangers. Er kwam een kanaal op de staatstelevisie dat uitsluitend in het Koerdisch uitzendt. Universiteiten in het zuidoosten doceren de Koerdische taal, die nu ook een keuzevak is geworden op middelbare scholen.

Maar ondanks die vooruitgang vielen deze zomer honderden doden bij gevechten tussen de PKK en het Turkse leger. Gesterkt door het voorbeeld van de Syrische opstand, probeerde de PKK eveneens terrein te veroveren. Sinds begin vorige eeuw zijn de Koerden verdeeld over vier landen, Syrië, Irak, Iran en Turkije. Alleen in Irak kregen ze na de val van Saddam Hussein een hoge mate van zelfbestuur, met een eigen vlag, een eigen regering, politie en leger. „Toen ik de bergen in 2004 verliet en de PKK definitief de rug toekeerde, wilde ik naar een plek waar de Koerdische vlag wapperde”, zegt Osman Öcalan. „Ons grote streven is nog steeds om alle Koerden samen te laten leven in één land. Turkije is nog niet klaar voor een federaal systeem, zoals hier in Irak. Toch zou het goed zijn voor Turkije. Kijk maar hoe succesvol de Koerdische regio in het noorden van Irak is.”

Maar echt thuis lijkt hij hier ook niet. Hij heeft nauwelijks werk. Het Koerdische dialect dat de Koerden in dit deel van Irak spreken, verstaat hij na zeven jaar wel. Maar hij durft het niet te spreken. De strijdster voor wie hij in 1994 de kampen van de PKK verliet, verliet hem. Hij is nu hertrouwd.

Toen hij in 2004 als eerste leider de PKK definitief verliet en een splinterpartij wilde beginnen met een alternatieve agenda werd zijn mede-oprichter Hikmet Fidan vermoord. Osman Öcalan bleef leven, dankzij zijn achternaam. Daarna hield hij de politiek en de strijd voor gezien. „Ik ben trots op mijn verleden. Maar ik mis de bergen niet. Ik zal nooit meer teruggaan, ik zal alleen proberen de strijders in de bergen naar hier te halen. Ik leef een beter leven nu.”

First Published: NRC Handelsblad, 10 januari, 2013.